Competentiegericht onderwijs
Als je gaat werken heb je bepaalde competenties nodig.
Competenties zijn een mix van: vaardigheden (kunnen), kennis (weten), houding (professioneel gedrag, motivatie) en persoonlijke eigenschappen (karakter).
Het werk wat je gaat doen bepaalt hoe die mix er uit ziet.
Als je in een winkel gaat werken moet je bijvoorbeeld kunnen afrekenen met een klant. Je moet wat over de producten weten die je verkoopt en je moet ook klantvriendelijk zijn.
Je bent competent voor een bepaald beroep of vak als je de vereiste kennis, vaardigheden en houding hebt die bij het vak horen. Dat leer je allemaal tijdens je opleiding. En dat wordt getoetst als tijdens je stage aan het werk bent. In de echte praktijk kun je dan laten zien hoe goed je het doet.